woensdag 18 januari 2017

Treinaso

Tegenwoordig reis ik regelmatig met de trein. Tja, je wordt er toch een beetje mee besmet hè, als je partner al jarenlang met veel liefde en plezier medewerker is bij deze veelbesproken organisatie. Vroeger heb ik ook heel wat afgereisd met de trein, daar leende de OV-studentenkaart zich wel voor. Tripjes naar Groningen (3 uur heen, 3 uur terug.... maar wel gratis), naar het strand, shoppen in Maastricht... Mooie herinneringen zijn dat. Toen ik met pijn in mijn hart deze geliefde kaart in moest leveren, kwam daar een autootje voor in de plaats. En zodoende werden de tripjes met de trein langzamerhand steeds zeldzamer.
Sinds ik met Hilbert samenwoon, is mijn treingebruik toegenomen. Logisch ook, want de meereiskorting tikt lekker aan en maakt het aantrekkelijk om de trein te verkiezen boven te drukke snelwegen. Inmiddels zijn Hilbert en ik al zo'n 7 jaar samen, maar omdat dat nooit officieel geregistreerd was, had ik geen recht op een partnerkaart. Sinds de aankoop van ons nieuwe huis is dat echter allemaal veranderd en dat maakt dat ik sinds kort weer behoor tot de club van trouwe NS-reizigers. In de ochtend is dat geen probleem: Ik neem de trein van 5:55 en dat blijkt voor de meeste mensen toch net iets te vroeg om voor uit bed te komen. In mijn ochtendtrein word ik rustig wakker, lees de krant en werk mijn achterstallige appjes bij. Het probleem zit hem echter in de terugweg, als ik midden in de spits vanuit de randstad weer terug moet naar het vredige Brabantse land. Zo ook deze week. Door uitval van treinen (waar ik inderdaad naar hartelust over klaag bij Hilbert ;-)) was het extra druk op het perron. Gelukkig had ik mijn plekje gunstig gekozen en bevonden de deuren van de zojuist gearriveerde trein zich recht voor mijn neus. Slechts enkele reizigers hadden een nóg betere uitgangspositie en konden als eerste naar binnen stormen toen de deuren open gingen en de uitstappende reizigers zich uit de voeten hadden gemaakt. Tja, en dan begint de ergernis... Voor me stapte een dame in met een vouwfiets. Zo'n ouderwets exemplaar waarvan tig verschillende delen moeten worden ingeklapt alvorens het een makkelijk te vervoeren object geworden is. Maar wat doet mevrouw? Met haar onhandige vorm van bagage stapt ze als eerste in om vervolgens in het gangpad op haar gemak die fiets in te gaan staan klappen. Ik keek het met enige ergernis aan, schatte mijn kansen in en zag dat ik via de rechterkant de meeste mogelijkheid had om haar te passeren in de race naar een zitplaats. In plaats van een verontschuldiging voor haar minder handige actie (die fiets had uiteraard ook op het perron ingeklapt kunnen worden of anders desnoods in een hoekje van de trein, ipv midden in het gangpad) kreeg ik een sneer over het feit dat ik "over haar heen zou stappen".  Even was ik in de war. Ben ik echt een treinaso? Ik sta voor oudere mensen op (ondanks dat ik vanwege rugklachten zelf niet lang kan staan), luister geen luidruchtige muziek en zit niet te bellen in een stiltecoupé. Nee, volgens mij ben ik het prototype nette Nederlander. Maar blijkbaar vond de vouwfietsdame dat zij het middelpunt van de wereld was waar iedereen zich naar moest schikken. Verschilletje in mening, zullen we maar zeggen. Het enige vervelende aan dit verhaal is wel dat ik de race om een zitplaats verloren had. 44 minuten staan was mijn lot. Het treinleven kan zwaar zijn soms.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten