zondag 29 januari 2017

Koekjes pikken

Ik ben geen wintermens. Ik haat kou, regen, vorst en al dat soort ellende. Doe mij maar 30, 35, nee... 40 graden! Hoe warmer, hoe beter. Vandaag dat ik zo uitkeek naar ons weekje Lanzarote. De weersverwachting gaf weliswaar geen 40 graden aan, maar een temperatuur die ruim 20 graden hoger lag dan die in Nederland, was ook al meer dan welkom! Vorige week was het zo ver en vlogen wij even de kou uit. Lanzarote is een heel bijzonder vulkaaneiland met weinig begroeiing, veel rotsen en prachtige wandelgebieden. Maar daar wil ik het nu even niet over hebben. Nee, deze blog gaat over het ontbijtbuffet. 
Na onze eerste nacht in de hotelkamer hadden we lage verwachtingen van het ontbijt. Als dat van dezelfde kwaliteit zou zijn als de doorgelegen bedden, at ik nog liever droog brood. Des te verrassender was de keuze die het buffet ons bood: We konden op de Engelse toer, maar er was ook volop keuze in brood, yoghurt, fruit en cake-achtige lekkernijen. Het all-you-can-eat-concept wat zo'n buffet toch altijd is, maakt hebberig. Dat bleek ook wel uit de enorm volle borden die onze obese Britse mede-vakantievierders voor hun neus hadden staan en naar binnen schrokten, om vervolgens nogmaals te vullen. Wij begonnen voorzichtig... sneetje geroosterd brood, aardbeienyoghurt met cruesli en een klein cakeje als ontbijttoetje. Het was vakantie tenslotte. Tijdens mijn tweede ronde langs het buffet kwam ik de mand met voorverpakte Mariabiscuitjes tegen. Van die droge koekjes waar je thuis je neus voor ophaalt omdat je exemplaren met chocolade of nootjes erop prefereert. Maar ik bedacht me geen moment, nam zo'n pakje mee en stopte het op een onbewaakt moment stiekem in mijn tas. Een gevoel van triomf overviel me. Niet om die koekjes, die ik misschien wel nooit zou eten. Maar het stiekem iets meenemen, ja... opeens snapte de aantrekkingskracht van kleptomanie. Het werd een ritueel en op de dag van vertrek puilde onze koffer uit van de koekjes. Droge biscuitjes zonder smaak, maar wel met een verhaal. Koekjes die misschien wel gewoon waren weggelegd om mee te nemen en die niemand zou misschien, maar die aanvoelden als mijn triomfen. Eventuele visite weet bij deze wat ze de komende weken geserveerd krijgt als ze op de koffie komt. Je bent welkom!

woensdag 18 januari 2017

Treinaso

Tegenwoordig reis ik regelmatig met de trein. Tja, je wordt er toch een beetje mee besmet hè, als je partner al jarenlang met veel liefde en plezier medewerker is bij deze veelbesproken organisatie. Vroeger heb ik ook heel wat afgereisd met de trein, daar leende de OV-studentenkaart zich wel voor. Tripjes naar Groningen (3 uur heen, 3 uur terug.... maar wel gratis), naar het strand, shoppen in Maastricht... Mooie herinneringen zijn dat. Toen ik met pijn in mijn hart deze geliefde kaart in moest leveren, kwam daar een autootje voor in de plaats. En zodoende werden de tripjes met de trein langzamerhand steeds zeldzamer.
Sinds ik met Hilbert samenwoon, is mijn treingebruik toegenomen. Logisch ook, want de meereiskorting tikt lekker aan en maakt het aantrekkelijk om de trein te verkiezen boven te drukke snelwegen. Inmiddels zijn Hilbert en ik al zo'n 7 jaar samen, maar omdat dat nooit officieel geregistreerd was, had ik geen recht op een partnerkaart. Sinds de aankoop van ons nieuwe huis is dat echter allemaal veranderd en dat maakt dat ik sinds kort weer behoor tot de club van trouwe NS-reizigers. In de ochtend is dat geen probleem: Ik neem de trein van 5:55 en dat blijkt voor de meeste mensen toch net iets te vroeg om voor uit bed te komen. In mijn ochtendtrein word ik rustig wakker, lees de krant en werk mijn achterstallige appjes bij. Het probleem zit hem echter in de terugweg, als ik midden in de spits vanuit de randstad weer terug moet naar het vredige Brabantse land. Zo ook deze week. Door uitval van treinen (waar ik inderdaad naar hartelust over klaag bij Hilbert ;-)) was het extra druk op het perron. Gelukkig had ik mijn plekje gunstig gekozen en bevonden de deuren van de zojuist gearriveerde trein zich recht voor mijn neus. Slechts enkele reizigers hadden een nóg betere uitgangspositie en konden als eerste naar binnen stormen toen de deuren open gingen en de uitstappende reizigers zich uit de voeten hadden gemaakt. Tja, en dan begint de ergernis... Voor me stapte een dame in met een vouwfiets. Zo'n ouderwets exemplaar waarvan tig verschillende delen moeten worden ingeklapt alvorens het een makkelijk te vervoeren object geworden is. Maar wat doet mevrouw? Met haar onhandige vorm van bagage stapt ze als eerste in om vervolgens in het gangpad op haar gemak die fiets in te gaan staan klappen. Ik keek het met enige ergernis aan, schatte mijn kansen in en zag dat ik via de rechterkant de meeste mogelijkheid had om haar te passeren in de race naar een zitplaats. In plaats van een verontschuldiging voor haar minder handige actie (die fiets had uiteraard ook op het perron ingeklapt kunnen worden of anders desnoods in een hoekje van de trein, ipv midden in het gangpad) kreeg ik een sneer over het feit dat ik "over haar heen zou stappen".  Even was ik in de war. Ben ik echt een treinaso? Ik sta voor oudere mensen op (ondanks dat ik vanwege rugklachten zelf niet lang kan staan), luister geen luidruchtige muziek en zit niet te bellen in een stiltecoupé. Nee, volgens mij ben ik het prototype nette Nederlander. Maar blijkbaar vond de vouwfietsdame dat zij het middelpunt van de wereld was waar iedereen zich naar moest schikken. Verschilletje in mening, zullen we maar zeggen. Het enige vervelende aan dit verhaal is wel dat ik de race om een zitplaats verloren had. 44 minuten staan was mijn lot. Het treinleven kan zwaar zijn soms.

zondag 15 januari 2017

Beetje gestoord

Net zoals vele andere Nederlanders ben ik een fietsfanaat. Liefst buiten met extreem hoge temperaturen en heel veel zon. Hoe warmer, hoe beter. Ik ben geen wintermens, heb een hekel aan kou, nattigheid en vorst. Ik haat mijn wintertenen en gevoel van chronisch onderkoeld zijn in de winter. Maar ja, ik woon nu eenmaal in Nederland hè. Het land waar het in de winter helaas geen 40 graden is (in de zomer ook niet trouwens...) en waar we genoegen moeten nemen met frequente regenbuien en maandenlange kou. Tja, en als de omstandigheden nu eenmaal zo zijn, moet je het nemen zoals het is. Ik probeer de kou elk jaar wel een weekje te ontvluchten met een korte zonvakantie, maar de rest van de tijd moet ik het maar gewoon ondergaan. En dus maken we er maar het beste van. Daarnaast ben ik ook wel iemand die ervan houdt diep te gaan, mezelf te beproeven en niet altijd te kiezen voor de makkelijkste weg. Juist omdát ik geen wintermens ben, zit daar wel weer de uitdaging. Zo ook gisteren. Ik had al weken geleden afgesproken om te gaan lunchen bij een vriendin in Dordrecht. Aanvankelijk had ik echter niet in mijn hoofd dat ik op de fiets zou gaan. Maar naarmate de dag vorderde (en ik een paar dagen ziek zijn weer had overleefd), werden de plannen concreter. Die fietstocht die altijd zo genieten is in de zomer, kan ik in de winter ook wel ondernemen toch? En zo geschiedde. 

Gewapend met dikke handschoenen, een Rusland-muts en een regenbroek in de rugzak ging ik op pad. Het vroor, de straten waren glad en binnen een half uur begon het te hagelen. Maar desondanks genoot ik, óók toen er na de hagel nog sneeuw en vervolgens regen op volgde. Wel was het slimmer geweest de regenbroek aan te trekken vóórdat de hagelbui in volle hevigheid losbarstte in plaats van pas toen mijn broek al zeiknat was. Maar goed... met een natte broek viel te leven. Jammer was ook wel dat ik uit eigenwijsheid een andere route nam dan normaal (het zag er zo mooi uit...) en er pas na menig kilometer achterkwam dat het echt totaal de verkeerde kant op was en dat er - door het vele water van de Biesbosch waar ik tussendoor fietste - niks anders op zat dan dezelfde weg terug te fietsen. Toch lukte het om tussendoor te genieten van de prachtige omgeving en het feit dat ik lekker in beweging was. 


Pas tegen het einde vond ik er even niks meer aan... 
Terwijl ik op de pont stond te wachten, met een gure noorderwind op mijn gezicht gericht, liet ik mijn handschoenen in een plas met water vallen. Toen het vervolgens ook nog eens zo'n 10 minuten duurde voordat de pont waar ik inmiddels op had plaatsgenomen eindelijk in beweging kwam, vond ik het even niet meer leuk. Had ik al gezegd dat ik kou haat?!!! Gelukkig arriveerde ik binnen een kwartier op mijn eindbestemming en kon ik een beetje opwarmen. Want koud had ik het absoluut! Na een heerlijke lunch en een paar uurtjes gezellig bijkletsen was ik weer op temperatuur en klaar voor de terugtocht. 

De zon kwam er inmiddels zwakjes door, de temperatuur lag wat hoger dan 's ochtends om half 8 en ik had wind mee. De terugtocht was dus echt alleen maar leuk (op die hongerdip na dan....). Rond half 6 kwam ik thuis, zoals ze dat zeggen: moe maar voldaan. Zin om te eten had ik niet, maar zin om in bad te liggen des te meer. De rest van de avond heb ik in rozige toestand voor me uit zitten staren en al vroeg ben ik mijn bed in gedoken. Kou is niet mijn ding, maar dat betekent niet dat je het niet leuk kunt máken!

dinsdag 10 januari 2017

Bakkersknecht

We wonen inmiddels 4 maanden met veel plezier in ons nieuwe huis, maar zoals altijd heb je dingetjes die niet helemaal goed zijn. Grote en kleine dingen. In deze blog gaat het over een klein ding, namelijk een bovenkastje dat niet open blijft staan omdat het "ding" dat daar voor moet zorgen, lam is. Dat "ding" heet "bakkersknecht", aldus mijn vader. Het is een soort veer met lucht erin die dan maakt dat het deurtje niet meteen naar beneden valt. 

Vol goede moed... Of nee, ik moet eerlijk zijn... de goede moed was die dag al een beetje in onze schoenen gezakt en een goed humeur hadden we al helemáál niet... Om dat uit te leggen, moet ik even terug naar een paar uur eerder deze dag: Bij binnenkomst in de woonkamer was ik me helemaal lam (evenals de bakkersknecht dus...) geschrokken: Water kwam met een straaltje uit ons plafond gelekt en de halve kamer stond blank. Onze mooie nieuwe tafel, houten vloer, 2 laptops met een zielig plasje water er bovenop... Nee, dat was geen leuke start van de dag. Onze hele pannenkast werd leeg getrokken en het was een kakafonie van druppels, toen de pannen eenmaal op tafel stonden. Normaal gesproken zou het rustgevend zijn geweest, maar op dit moment was het vooral zorgwekkend. Om een lang verhaal kort te maken... Via de verzekering kwam er een mannetje die ons hele huis inspecteerde, zonder pardon stukken vloer weg zaagde op de bovenverdieping en ons vervolgens wist te vertellen dat er een lek in het dak zat wat hij op dat moment provisorisch kon maken, maar waar we op korte termijn wel een dakdekker voor moesten laten komen. Tot zover de eerste uurtjes van onze vrije zondag.


Goed... terug naar onze gang naar de bouwmarkt. Omdat onze leuke plannen van die dag toch al (letterlijk) in het water waren gevallen, besloten we er dan maar een nuttige dag van te maken en die bakkersknecht te gaan kopen, die we al weken nodig hadden. Onze magnetron staat namelijk in dat kastje met die lamme veer en de enige manier om de magnetron te bedienen terwijl de kast open blijft staan, is door de kastdeur op je hoofd te laten rusten. Nu ben ik nogal van de bereiding in de magnetron, dus ik heb inmiddels de blauwe plekken wel op mijn hoofd staan...

De eerst bouwmarkt was de Hornbach, waar ze even verwonderd opkeken van mijn vraag en aangaven maar even in gang 73 te gaan kijken. "Als het daar niet ligt, dan hebben we het niet..." Gang 73 lag vol kleine prullaria en het was een hele speurtocht, maar 20 minuten later wisten we toch echt heel zeker dat er geen bakkersknechten in het rek lagen.
Omdat ons humeur er niet beter op werd, hadden we bedacht het dan maar meteen goed aan te pakken en de winkel te bezoeken waar de keuken vandaan kwam. 4 nette mannen in pak stonden ons vriendelijk op te wachten, waarop ik - even vriendelijk - verzocht om een bakkersknecht. Eén seconde was het doodstil, daarna begonnen 4 mannen in pak tegelijkertijd te gniffelen. "Wát zoekt u mevrouw???" Ietwat vertwijfeld keek ik Hilbert aan. "Tja, een bakkersknecht... zo'n ding om een deurtje open te houden...".  Geamuseerd keek de man mij aan: "En dat heet dus een bakkersknecht. Goh... nooit geweten. Maar goed... die hebben wij niet."

Eenmaal buiten was het eerst dat ik deed mijn grote vriend Google raadplegen. Het enige wat die kon zeggen was het volgende:

Bakkersknecht - Deegkneder

Handig hoor... zo'n vader met een Brabants dialect... Stond ik toch ff mooi voor aap. Of - zoals mijn vader zou zeggen - geaf vur schut!


PS: Het "ding" blijkt trouwens officieel gasveer te heten.... Dat helpt ons vast in onze verdere speurtocht|!