Hoe het allemaal begon... Enige tijd geleden zijn wij verhuisd. Vele mensen zijn in die periode na de verhuizing langs geweest om ons nieuwe stulpje te bewonderen en eigenlijk bracht ook iedereen wel iets voor ons mee. Niet dat we daar specifiek om vroegen, maar zo gaan dat soort dingen nu eenmaal. Ook de vriendengroep van Hilbert wilde ons graag verblijden met een leuke accessoire voor ons nieuwe huis. Ze vroegen Hilbert wat wij graag wilden hebben, maar eigenlijk hadden we geen wensen. Het enige wat Hilbert dus antwoordde, was: "Alles is goed, als je maar geen plant meeneemt, want dan moet je hem zelf opeten". En dat hebben we geweten...
Niet dat wij nu zulke fervente groen-haters zijn, maar met 2 baldadige katten in huis heeft een plant gewoon geen enkele kans op overleven. Zelfs mijn AH-moestuintjes moeten het regelmatig ontgelden en daar komt nog niet eens meer dan een paar millimeter groen uit de aarde.
Met een triomfantelijke blik stonden de vrienden van Hilbert op een gegeven moment op de stoep. Met een cadeau voor ons. Nieuwsgierig maakten we de envelop open en eerlijk is eerlijk... we hebben zelden een origineler cadeau gekregen dan dit!! Want wie zijn vrienden toewenst dat ze planten moeten eten, moet toch eerst zelf goed leren wat dan überhaupt eetbaar is, zullen ze gedacht hebben... En zo kwam de afspraak voor een Eetbare Wilde Plantenwandeling in onze agenda terecht.
Afgelopen week was het zover. Of de wandeling nu wel of geen succes zou worden, de voorpret alleen al was meesterlijk. Vooraf kregen we een mail met de namen van onze mede-wandelaars en namen als Augusta, Zweitze en Juliania deden ons de moed in de schoenen zakken. Bij de verzamelplek aangekomen, liep er al een Augusta-type met een zweverige blik in de ogen te ijsberen. Even hebben we op het punt gestaan hard weg te rennen, maar we hebben dapper doorgezet.
Bij de eerste kennismaking met de groep - helaas slechts 6 mensen waardoor verschuilen achter anderen niet zo makkelijk was - vertelde iedereen vol trots over hun voorkennis. Wij hielden wijselijk onze mond. Vooraf had ik nog de stille hoop dat we in de 4 uur tijd die er voor de wandeling stond, een flinke tocht konden maken. Ik bedoel... 25 km lopen in 4 uurtjes moet best kunnen toch? Nou, die hoop werd meteen de grond in geboord toen we na 20 meter lopen al stil kwamen te staan bij een strook onkruid langs de weg. Elk sprietje werd uitvoerig besproken. De plantenjuf deed echt goed haar best en vertelde vol passie. Dat kon ik absoluut waarderen... de inhoud van het verhaal sprak me iets minder aan. Terwijl de anderen de ene na de andere vraag stelden, hielden wij ons op de vlakte. Maar ja... ook dat ging opvallen natuurlijk. Juf Marion vroeg zich verbaasd af of ik geen notitieboek bij me had, aangezien alles nieuw voor me was. Ik mompelde dat ik aantekeningen maakte op mijn telefoon en Marion glimlachte opgelucht. De informatie over vogelmuur en winterpostelein moest niet verloren gaan natuurlijk... Uiteraard zei ik er maar niet bij dat ik op die bewuste telefoon eigenlijk zojuist een zeer gewilde Pókemon (van een plantensoort... telt dat ook?) had gevangen.
Behalve informatie aanhoren over al dat onkruid, moesten we dat uiteraard ook proeven. Enthousiast stopte de juf elk blaadje wat ze tegenkwam in haar mond. Ik was iets terughoudender, maar heb nog nooit in mijn leven zoveel blaadjes op als die middag. Aangekomen bij een veldje paardenbloemen vertelde Marion dat dit echt haar favoriete middagsnackje was. Een paardenbloem. Tja... ik moet eerlijk zeggen dat ik me bij een smakelijke snack toch echt iets anders indenk. Maar goed, ik liet me niet kennen en stopte de prachtige gele bloem nieuwsgierig in mijn mond. Ik kauwde, slikte en spuugde het gele gevaarte toen net zo hard weer uit. Bah, wat is dat bitter zeg!! Mijn paardenbloemprimeur is niet zo goed bevallen moet ik zeggen.
Halverwege de wandeling kregen we een soort van overhoring. Of iemand wist hoe dit sprietje heette... Nu moet ik eerlijk zeggen dat het onkruid gewoon niet zoveel indruk om me maakte, maar dat ik echt wel mijn best gedaan heb om goed op te letten, niet in de laatste plaats omdat Marion het gewoon op een hele leuke, boeiende manier wist te presenteren. Toen ik als eerste antwoordde, kreeg ik dan ook als verbaasde reactie: "Huh, zei Marjolein dat nou??" Jaaaa... dat had niemand verwacht hè, dat ik stiekem best wel had opgelet.
Hilbert kreeg op een gegeven moment als advies komende weken het eten van blaadjes wel rustig op te bouwen, aangezien zijn maagdarmstelsel er nog niet aan gewend zou zijn. Goed advies, maar het risico op het eten van teveel onkruid eten is bij ons toch echt nihil!
Al met al was het een hele beleving. Het was een middag die anders was dan anders, maar niet per se vervelend. Soms moet je even proeven in een andere keuken, zal ik maar zeggen. Maar eerlijk is eerlijk... De keuken die wij direct na deze wandeling bezocht hebben, was die van de Mc Donalds!
Así es la vida
Je kent het vast wel... of niet... Misschien ben ik wel de enige die regelmatig blunders begaat of opmerkelijke dingen meemaakt. Maar of je het nu herkent of niet; lezen over leedvermaak en rare hersenspinsels van een ander is altijd leuk!
zaterdag 15 april 2017
vrijdag 24 februari 2017
Telfort
Hoewel ik niet anders kan zeggen dan dat ik een tevreden klant bij Telfort ben, ben ik toch altijd weer blij als de termijn verstreken is waarop je verplicht bij je provider moet blijven. Mijn wensen op het gebied van telefonie veranderen dusdanig snel dat ik meestal na de verplichte 2 jaar toe ben aan een beter passend pakket. Zo ook dit keer, vooral dankzij mijn guilty pleasure: Ik ben een fanatiek Pokémon Go-speler. Het grappige is dat ik een hekel heb aan computerspelletjes en geen geduld heb om lang stil te zitten, dus ik had mezelf niet zo snel verenigd met games op de telefoon. Echter, voor Pokémon Go moet je vooral veel wandelen en naar buiten. En laat dat nu precies hetgene zijn ik graag doe! Ik combineer tegenwoordig dus vaak mijn skeeler- of wandeltochtjes met het veroveren van een Gym of het meepikken van een paar Pokéstopjes. Maar goed... zoiets kost MB en al vanaf de lancering van Pokémon Go werd dit een issue. Tussendoor heb ik nog een keer mijn standaard MB per maand verhoogd, maar nu was het dan eindelijk zo ver dat ik mijn abonnement kon wijzigen. Na goed speurwerk kwam ik erachter dat Hollandsnieuwe het beste pakket voor me had. En hoewel Telfort prima bevalt, heb ik hier speciale binding mee en switch ik net zo snel van telefoonprovider als van merk hagelslag (nou ja... met uitzondering van die verplichte 2 jaar wachttijd dan). Het opzeggen van Telfort was zo makkelijk nog niet: Ik kon dat niet online regelen, maar moest mijn telefoonnummer invullen en zou dan binnen een kwartier worden teruggebeld. Nu haat ik bellen en ben ik zeer ongeduldig ingesteld, dus de irritatie begon al te toe te nemen. Minuten verstreken, maar gebeld werd ik niet.... Exact 15 minuten na aanmelding besloot ik in al mijn ongeduld 5 keer opnieuw een terugbelverzoek in te dienen... Dan zouden ze wel begrijpen dat als ik iets wil regelen, dat a la minute moet gebeuren. Niet veel later ging inderdaad de telefoon. Terwijl ik al begon mijn naam te noemen, begon een automatische stem tegen me te praten. O nee... een bandje! Gelukkig werd ik al vrij snel door een echt mens te woord gestaan. De hele wereld mag dan digitaliseren, maar ik praat toch echt liever met een persoon dan met een robot! Al met al kwam het er uiteindelijk op neer dat de mevrouw van Telfort uiteraard niet wilde dat ik weg zou gaan en een perfect aanbod deed voor veel minder geld dan op hun website vermeld stond. Tja, en ook dan switch ik weer net zo makkelijk terug van Hollandsnieuwe naar Telfort dan van Venz naar De Ruijter hoor! Al met al was dat telefoontje zo slecht nog niet en voelde ik een zekere trots dat ik er precies uit had weten te halen wat ik wilde hebben. Tevreden hing ik op.... Om vervolgens nog 5 keer gebeld te worden die avond... Mijn straf voor mijn ongeduld bij het herhaaldelijk aanvragen van terugbelverzoeken!!
zondag 29 januari 2017
Koekjes pikken
Ik ben geen wintermens. Ik haat kou, regen, vorst en al dat soort ellende. Doe mij maar 30, 35, nee... 40 graden! Hoe warmer, hoe beter. Vandaag dat ik zo uitkeek naar ons weekje Lanzarote. De weersverwachting gaf weliswaar geen 40 graden aan, maar een temperatuur die ruim 20 graden hoger lag dan die in Nederland, was ook al meer dan welkom! Vorige week was het zo ver en vlogen wij even de kou uit. Lanzarote is een heel bijzonder vulkaaneiland met weinig begroeiing, veel rotsen en prachtige wandelgebieden. Maar daar wil ik het nu even niet over hebben. Nee, deze blog gaat over het ontbijtbuffet.
Na onze eerste nacht in de hotelkamer hadden we lage verwachtingen van het ontbijt. Als dat van dezelfde kwaliteit zou zijn als de doorgelegen bedden, at ik nog liever droog brood. Des te verrassender was de keuze die het buffet ons bood: We konden op de Engelse toer, maar er was ook volop keuze in brood, yoghurt, fruit en cake-achtige lekkernijen. Het all-you-can-eat-concept wat zo'n buffet toch altijd is, maakt hebberig. Dat bleek ook wel uit de enorm volle borden die onze obese Britse mede-vakantievierders voor hun neus hadden staan en naar binnen schrokten, om vervolgens nogmaals te vullen. Wij begonnen voorzichtig... sneetje geroosterd brood, aardbeienyoghurt met cruesli en een klein cakeje als ontbijttoetje. Het was vakantie tenslotte. Tijdens mijn tweede ronde langs het buffet kwam ik de mand met voorverpakte Mariabiscuitjes tegen. Van die droge koekjes waar je thuis je neus voor ophaalt omdat je exemplaren met chocolade of nootjes erop prefereert. Maar ik bedacht me geen moment, nam zo'n pakje mee en stopte het op een onbewaakt moment stiekem in mijn tas. Een gevoel van triomf overviel me. Niet om die koekjes, die ik misschien wel nooit zou eten. Maar het stiekem iets meenemen, ja... opeens snapte de aantrekkingskracht van kleptomanie. Het werd een ritueel en op de dag van vertrek puilde onze koffer uit van de koekjes. Droge biscuitjes zonder smaak, maar wel met een verhaal. Koekjes die misschien wel gewoon waren weggelegd om mee te nemen en die niemand zou misschien, maar die aanvoelden als mijn triomfen. Eventuele visite weet bij deze wat ze de komende weken geserveerd krijgt als ze op de koffie komt. Je bent welkom!
woensdag 18 januari 2017
Treinaso
Tegenwoordig reis ik regelmatig met de trein. Tja, je wordt er toch een beetje mee besmet hè, als je partner al jarenlang met veel liefde en plezier medewerker is bij deze veelbesproken organisatie. Vroeger heb ik ook heel wat afgereisd met de trein, daar leende de OV-studentenkaart zich wel voor. Tripjes naar Groningen (3 uur heen, 3 uur terug.... maar wel gratis), naar het strand, shoppen in Maastricht... Mooie herinneringen zijn dat. Toen ik met pijn in mijn hart deze geliefde kaart in moest leveren, kwam daar een autootje voor in de plaats. En zodoende werden de tripjes met de trein langzamerhand steeds zeldzamer.
Sinds ik met Hilbert samenwoon, is mijn treingebruik toegenomen. Logisch ook, want de meereiskorting tikt lekker aan en maakt het aantrekkelijk om de trein te verkiezen boven te drukke snelwegen. Inmiddels zijn Hilbert en ik al zo'n 7 jaar samen, maar omdat dat nooit officieel geregistreerd was, had ik geen recht op een partnerkaart. Sinds de aankoop van ons nieuwe huis is dat echter allemaal veranderd en dat maakt dat ik sinds kort weer behoor tot de club van trouwe NS-reizigers. In de ochtend is dat geen probleem: Ik neem de trein van 5:55 en dat blijkt voor de meeste mensen toch net iets te vroeg om voor uit bed te komen. In mijn ochtendtrein word ik rustig wakker, lees de krant en werk mijn achterstallige appjes bij. Het probleem zit hem echter in de terugweg, als ik midden in de spits vanuit de randstad weer terug moet naar het vredige Brabantse land. Zo ook deze week. Door uitval van treinen (waar ik inderdaad naar hartelust over klaag bij Hilbert ;-)) was het extra druk op het perron. Gelukkig had ik mijn plekje gunstig gekozen en bevonden de deuren van de zojuist gearriveerde trein zich recht voor mijn neus. Slechts enkele reizigers hadden een nóg betere uitgangspositie en konden als eerste naar binnen stormen toen de deuren open gingen en de uitstappende reizigers zich uit de voeten hadden gemaakt. Tja, en dan begint de ergernis... Voor me stapte een dame in met een vouwfiets. Zo'n ouderwets exemplaar waarvan tig verschillende delen moeten worden ingeklapt alvorens het een makkelijk te vervoeren object geworden is. Maar wat doet mevrouw? Met haar onhandige vorm van bagage stapt ze als eerste in om vervolgens in het gangpad op haar gemak die fiets in te gaan staan klappen. Ik keek het met enige ergernis aan, schatte mijn kansen in en zag dat ik via de rechterkant de meeste mogelijkheid had om haar te passeren in de race naar een zitplaats. In plaats van een verontschuldiging voor haar minder handige actie (die fiets had uiteraard ook op het perron ingeklapt kunnen worden of anders desnoods in een hoekje van de trein, ipv midden in het gangpad) kreeg ik een sneer over het feit dat ik "over haar heen zou stappen". Even was ik in de war. Ben ik echt een treinaso? Ik sta voor oudere mensen op (ondanks dat ik vanwege rugklachten zelf niet lang kan staan), luister geen luidruchtige muziek en zit niet te bellen in een stiltecoupé. Nee, volgens mij ben ik het prototype nette Nederlander. Maar blijkbaar vond de vouwfietsdame dat zij het middelpunt van de wereld was waar iedereen zich naar moest schikken. Verschilletje in mening, zullen we maar zeggen. Het enige vervelende aan dit verhaal is wel dat ik de race om een zitplaats verloren had. 44 minuten staan was mijn lot. Het treinleven kan zwaar zijn soms.
Sinds ik met Hilbert samenwoon, is mijn treingebruik toegenomen. Logisch ook, want de meereiskorting tikt lekker aan en maakt het aantrekkelijk om de trein te verkiezen boven te drukke snelwegen. Inmiddels zijn Hilbert en ik al zo'n 7 jaar samen, maar omdat dat nooit officieel geregistreerd was, had ik geen recht op een partnerkaart. Sinds de aankoop van ons nieuwe huis is dat echter allemaal veranderd en dat maakt dat ik sinds kort weer behoor tot de club van trouwe NS-reizigers. In de ochtend is dat geen probleem: Ik neem de trein van 5:55 en dat blijkt voor de meeste mensen toch net iets te vroeg om voor uit bed te komen. In mijn ochtendtrein word ik rustig wakker, lees de krant en werk mijn achterstallige appjes bij. Het probleem zit hem echter in de terugweg, als ik midden in de spits vanuit de randstad weer terug moet naar het vredige Brabantse land. Zo ook deze week. Door uitval van treinen (waar ik inderdaad naar hartelust over klaag bij Hilbert ;-)) was het extra druk op het perron. Gelukkig had ik mijn plekje gunstig gekozen en bevonden de deuren van de zojuist gearriveerde trein zich recht voor mijn neus. Slechts enkele reizigers hadden een nóg betere uitgangspositie en konden als eerste naar binnen stormen toen de deuren open gingen en de uitstappende reizigers zich uit de voeten hadden gemaakt. Tja, en dan begint de ergernis... Voor me stapte een dame in met een vouwfiets. Zo'n ouderwets exemplaar waarvan tig verschillende delen moeten worden ingeklapt alvorens het een makkelijk te vervoeren object geworden is. Maar wat doet mevrouw? Met haar onhandige vorm van bagage stapt ze als eerste in om vervolgens in het gangpad op haar gemak die fiets in te gaan staan klappen. Ik keek het met enige ergernis aan, schatte mijn kansen in en zag dat ik via de rechterkant de meeste mogelijkheid had om haar te passeren in de race naar een zitplaats. In plaats van een verontschuldiging voor haar minder handige actie (die fiets had uiteraard ook op het perron ingeklapt kunnen worden of anders desnoods in een hoekje van de trein, ipv midden in het gangpad) kreeg ik een sneer over het feit dat ik "over haar heen zou stappen". Even was ik in de war. Ben ik echt een treinaso? Ik sta voor oudere mensen op (ondanks dat ik vanwege rugklachten zelf niet lang kan staan), luister geen luidruchtige muziek en zit niet te bellen in een stiltecoupé. Nee, volgens mij ben ik het prototype nette Nederlander. Maar blijkbaar vond de vouwfietsdame dat zij het middelpunt van de wereld was waar iedereen zich naar moest schikken. Verschilletje in mening, zullen we maar zeggen. Het enige vervelende aan dit verhaal is wel dat ik de race om een zitplaats verloren had. 44 minuten staan was mijn lot. Het treinleven kan zwaar zijn soms.
zondag 15 januari 2017
Beetje gestoord
Net zoals vele andere Nederlanders ben ik een fietsfanaat. Liefst buiten met extreem hoge temperaturen en heel veel zon. Hoe warmer, hoe beter. Ik ben geen wintermens, heb een hekel aan kou, nattigheid en vorst. Ik haat mijn wintertenen en gevoel van chronisch onderkoeld zijn in de winter. Maar ja, ik woon nu eenmaal in Nederland hè. Het land waar het in de winter helaas geen 40 graden is (in de zomer ook niet trouwens...) en waar we genoegen moeten nemen met frequente regenbuien en maandenlange kou. Tja, en als de omstandigheden nu eenmaal zo zijn, moet je het nemen zoals het is. Ik probeer de kou elk jaar wel een weekje te ontvluchten met een korte zonvakantie, maar de rest van de tijd moet ik het maar gewoon ondergaan. En dus maken we er maar het beste van. Daarnaast ben ik ook wel iemand die ervan houdt diep te gaan, mezelf te beproeven en niet altijd te kiezen voor de makkelijkste weg. Juist omdát ik geen wintermens ben, zit daar wel weer de uitdaging. Zo ook gisteren. Ik had al weken geleden afgesproken om te gaan lunchen bij een vriendin in Dordrecht. Aanvankelijk had ik echter niet in mijn hoofd dat ik op de fiets zou gaan. Maar naarmate de dag vorderde (en ik een paar dagen ziek zijn weer had overleefd), werden de plannen concreter. Die fietstocht die altijd zo genieten is in de zomer, kan ik in de winter ook wel ondernemen toch? En zo geschiedde.
Gewapend met dikke handschoenen, een Rusland-muts en een regenbroek in de rugzak ging ik op pad. Het vroor, de straten waren glad en binnen een half uur begon het te hagelen. Maar desondanks genoot ik, óók toen er na de hagel nog sneeuw en vervolgens regen op volgde. Wel was het slimmer geweest de regenbroek aan te trekken vóórdat de hagelbui in volle hevigheid losbarstte in plaats van pas toen mijn broek al zeiknat was. Maar goed... met een natte broek viel te leven. Jammer was ook wel dat ik uit eigenwijsheid een andere route nam dan normaal (het zag er zo mooi uit...) en er pas na menig kilometer achterkwam dat het echt totaal de verkeerde kant op was en dat er - door het vele water van de Biesbosch waar ik tussendoor fietste - niks anders op zat dan dezelfde weg terug te fietsen. Toch lukte het om tussendoor te genieten van de prachtige omgeving en het feit dat ik lekker in beweging was.

Pas tegen het einde vond ik er even niks meer aan...
Terwijl ik op de pont stond te wachten, met een gure noorderwind op mijn gezicht gericht, liet ik mijn handschoenen in een plas met water vallen. Toen het vervolgens ook nog eens zo'n 10 minuten duurde voordat de pont waar ik inmiddels op had plaatsgenomen eindelijk in beweging kwam, vond ik het even niet meer leuk. Had ik al gezegd dat ik kou haat?!!! Gelukkig arriveerde ik binnen een kwartier op mijn eindbestemming en kon ik een beetje opwarmen. Want koud had ik het absoluut! Na een heerlijke lunch en een paar uurtjes gezellig bijkletsen was ik weer op temperatuur en klaar voor de terugtocht.
De zon kwam er inmiddels zwakjes door, de temperatuur lag wat hoger dan 's ochtends om half 8 en ik had wind mee. De terugtocht was dus echt alleen maar leuk (op die hongerdip na dan....). Rond half 6 kwam ik thuis, zoals ze dat zeggen: moe maar voldaan. Zin om te eten had ik niet, maar zin om in bad te liggen des te meer. De rest van de avond heb ik in rozige toestand voor me uit zitten staren en al vroeg ben ik mijn bed in gedoken. Kou is niet mijn ding, maar dat betekent niet dat je het niet leuk kunt máken!
Gewapend met dikke handschoenen, een Rusland-muts en een regenbroek in de rugzak ging ik op pad. Het vroor, de straten waren glad en binnen een half uur begon het te hagelen. Maar desondanks genoot ik, óók toen er na de hagel nog sneeuw en vervolgens regen op volgde. Wel was het slimmer geweest de regenbroek aan te trekken vóórdat de hagelbui in volle hevigheid losbarstte in plaats van pas toen mijn broek al zeiknat was. Maar goed... met een natte broek viel te leven. Jammer was ook wel dat ik uit eigenwijsheid een andere route nam dan normaal (het zag er zo mooi uit...) en er pas na menig kilometer achterkwam dat het echt totaal de verkeerde kant op was en dat er - door het vele water van de Biesbosch waar ik tussendoor fietste - niks anders op zat dan dezelfde weg terug te fietsen. Toch lukte het om tussendoor te genieten van de prachtige omgeving en het feit dat ik lekker in beweging was. 
Pas tegen het einde vond ik er even niks meer aan...
Terwijl ik op de pont stond te wachten, met een gure noorderwind op mijn gezicht gericht, liet ik mijn handschoenen in een plas met water vallen. Toen het vervolgens ook nog eens zo'n 10 minuten duurde voordat de pont waar ik inmiddels op had plaatsgenomen eindelijk in beweging kwam, vond ik het even niet meer leuk. Had ik al gezegd dat ik kou haat?!!! Gelukkig arriveerde ik binnen een kwartier op mijn eindbestemming en kon ik een beetje opwarmen. Want koud had ik het absoluut! Na een heerlijke lunch en een paar uurtjes gezellig bijkletsen was ik weer op temperatuur en klaar voor de terugtocht.
De zon kwam er inmiddels zwakjes door, de temperatuur lag wat hoger dan 's ochtends om half 8 en ik had wind mee. De terugtocht was dus echt alleen maar leuk (op die hongerdip na dan....). Rond half 6 kwam ik thuis, zoals ze dat zeggen: moe maar voldaan. Zin om te eten had ik niet, maar zin om in bad te liggen des te meer. De rest van de avond heb ik in rozige toestand voor me uit zitten staren en al vroeg ben ik mijn bed in gedoken. Kou is niet mijn ding, maar dat betekent niet dat je het niet leuk kunt máken!dinsdag 10 januari 2017
Bakkersknecht
We wonen inmiddels 4 maanden met veel plezier in ons nieuwe huis, maar zoals altijd heb je dingetjes die niet helemaal goed zijn. Grote en kleine dingen. In deze blog gaat het over een klein ding, namelijk een bovenkastje dat niet open blijft staan omdat het "ding" dat daar voor moet zorgen, lam is. Dat "ding" heet "bakkersknecht", aldus mijn vader. Het is een soort veer met lucht erin die dan maakt dat het deurtje niet meteen naar beneden valt.
Vol goede moed... Of nee, ik moet eerlijk zijn... de goede moed was die dag al een beetje in onze schoenen gezakt en een goed humeur hadden we al helemáál niet... Om dat uit te leggen, moet ik even terug naar een paar uur eerder deze dag: Bij binnenkomst in de woonkamer was ik me helemaal lam (evenals de bakkersknecht dus...) geschrokken: Water kwam met een straaltje uit ons plafond gelekt en de halve kamer stond blank. Onze mooie nieuwe tafel, houten vloer, 2 laptops met een zielig plasje water er bovenop... Nee, dat was geen leuke start van de dag. Onze hele pannenkast werd leeg getrokken en het was een kakafonie van druppels, toen de pannen eenmaal op tafel stonden. Normaal gesproken zou het rustgevend zijn geweest, maar op dit moment was het vooral zorgwekkend. Om een lang verhaal kort te maken... Via de verzekering kwam er een mannetje die ons hele huis inspecteerde, zonder pardon stukken vloer weg zaagde op de bovenverdieping en ons vervolgens wist te vertellen dat er een lek in het dak zat wat hij op dat moment provisorisch kon maken, maar waar we op korte termijn wel een dakdekker voor moesten laten komen. Tot zover de eerste uurtjes van onze vrije zondag.
Goed... terug naar onze gang naar de bouwmarkt. Omdat onze leuke plannen van die dag toch al (letterlijk) in het water waren gevallen, besloten we er dan maar een nuttige dag van te maken en die bakkersknecht te gaan kopen, die we al weken nodig hadden. Onze magnetron staat namelijk in dat kastje met die lamme veer en de enige manier om de magnetron te bedienen terwijl de kast open blijft staan, is door de kastdeur op je hoofd te laten rusten. Nu ben ik nogal van de bereiding in de magnetron, dus ik heb inmiddels de blauwe plekken wel op mijn hoofd staan...
De eerst bouwmarkt was de Hornbach, waar ze even verwonderd opkeken van mijn vraag en aangaven maar even in gang 73 te gaan kijken. "Als het daar niet ligt, dan hebben we het niet..." Gang 73 lag vol kleine prullaria en het was een hele speurtocht, maar 20 minuten later wisten we toch echt heel zeker dat er geen bakkersknechten in het rek lagen.
Omdat ons humeur er niet beter op werd, hadden we bedacht het dan maar meteen goed aan te pakken en de winkel te bezoeken waar de keuken vandaan kwam. 4 nette mannen in pak stonden ons vriendelijk op te wachten, waarop ik - even vriendelijk - verzocht om een bakkersknecht. Eén seconde was het doodstil, daarna begonnen 4 mannen in pak tegelijkertijd te gniffelen. "Wát zoekt u mevrouw???" Ietwat vertwijfeld keek ik Hilbert aan. "Tja, een bakkersknecht... zo'n ding om een deurtje open te houden...". Geamuseerd keek de man mij aan: "En dat heet dus een bakkersknecht. Goh... nooit geweten. Maar goed... die hebben wij niet."
Eenmaal buiten was het eerst dat ik deed mijn grote vriend Google raadplegen. Het enige wat die kon zeggen was het volgende:
Bakkersknecht - Deegkneder
Handig hoor... zo'n vader met een Brabants dialect... Stond ik toch ff mooi voor aap. Of - zoals mijn vader zou zeggen - geaf vur schut!
PS: Het "ding" blijkt trouwens officieel gasveer te heten.... Dat helpt ons vast in onze verdere speurtocht|!
Vol goede moed... Of nee, ik moet eerlijk zijn... de goede moed was die dag al een beetje in onze schoenen gezakt en een goed humeur hadden we al helemáál niet... Om dat uit te leggen, moet ik even terug naar een paar uur eerder deze dag: Bij binnenkomst in de woonkamer was ik me helemaal lam (evenals de bakkersknecht dus...) geschrokken: Water kwam met een straaltje uit ons plafond gelekt en de halve kamer stond blank. Onze mooie nieuwe tafel, houten vloer, 2 laptops met een zielig plasje water er bovenop... Nee, dat was geen leuke start van de dag. Onze hele pannenkast werd leeg getrokken en het was een kakafonie van druppels, toen de pannen eenmaal op tafel stonden. Normaal gesproken zou het rustgevend zijn geweest, maar op dit moment was het vooral zorgwekkend. Om een lang verhaal kort te maken... Via de verzekering kwam er een mannetje die ons hele huis inspecteerde, zonder pardon stukken vloer weg zaagde op de bovenverdieping en ons vervolgens wist te vertellen dat er een lek in het dak zat wat hij op dat moment provisorisch kon maken, maar waar we op korte termijn wel een dakdekker voor moesten laten komen. Tot zover de eerste uurtjes van onze vrije zondag.
Goed... terug naar onze gang naar de bouwmarkt. Omdat onze leuke plannen van die dag toch al (letterlijk) in het water waren gevallen, besloten we er dan maar een nuttige dag van te maken en die bakkersknecht te gaan kopen, die we al weken nodig hadden. Onze magnetron staat namelijk in dat kastje met die lamme veer en de enige manier om de magnetron te bedienen terwijl de kast open blijft staan, is door de kastdeur op je hoofd te laten rusten. Nu ben ik nogal van de bereiding in de magnetron, dus ik heb inmiddels de blauwe plekken wel op mijn hoofd staan...
De eerst bouwmarkt was de Hornbach, waar ze even verwonderd opkeken van mijn vraag en aangaven maar even in gang 73 te gaan kijken. "Als het daar niet ligt, dan hebben we het niet..." Gang 73 lag vol kleine prullaria en het was een hele speurtocht, maar 20 minuten later wisten we toch echt heel zeker dat er geen bakkersknechten in het rek lagen.
Omdat ons humeur er niet beter op werd, hadden we bedacht het dan maar meteen goed aan te pakken en de winkel te bezoeken waar de keuken vandaan kwam. 4 nette mannen in pak stonden ons vriendelijk op te wachten, waarop ik - even vriendelijk - verzocht om een bakkersknecht. Eén seconde was het doodstil, daarna begonnen 4 mannen in pak tegelijkertijd te gniffelen. "Wát zoekt u mevrouw???" Ietwat vertwijfeld keek ik Hilbert aan. "Tja, een bakkersknecht... zo'n ding om een deurtje open te houden...". Geamuseerd keek de man mij aan: "En dat heet dus een bakkersknecht. Goh... nooit geweten. Maar goed... die hebben wij niet."
Eenmaal buiten was het eerst dat ik deed mijn grote vriend Google raadplegen. Het enige wat die kon zeggen was het volgende:
Bakkersknecht - Deegkneder
Handig hoor... zo'n vader met een Brabants dialect... Stond ik toch ff mooi voor aap. Of - zoals mijn vader zou zeggen - geaf vur schut!
PS: Het "ding" blijkt trouwens officieel gasveer te heten.... Dat helpt ons vast in onze verdere speurtocht|!
Abonneren op:
Reacties (Atom)